Sint Paulushofje

Het hofje is in 1681 gebouwd in opdracht van Justus de Nobelaer. Dit omdat Beatrix van Heussen (tante van zijn vrouw) in haar testament bepaald had, dat er een hofje gesticht moest worden “tot gebruyck van dertien arme vrouwen”. Justus stelde hiervoor een deel van zijn grond beschikbaar.

De bewoonsters moesten ongehuwd zijn. Zij kregen wekelijks een klein bedrag en in de herfst een voorraad turf om de winter mee door te komen. Ook konden zij wat bijverdienen door voor de notabelen van het dorp de was te doen. Vandaar de bleekveldjes en de pomp in het midden van het hofje.

Het Paulushofje is het enige nog bewoonde particuliere hofje in Noord-Brabant. De vrouwen zijn inmiddels niet meer armlastig en doen ook de was niet meer voor anderen. Een deel van het hofje biedt onderdak aan het Streekmuseum Etten+Leur.

Tekst boven de poort:

Ter eeren Godts en van Godts uytverkoren.
Vat Sint Paulus tot gebruyck van dertien arme vrouwen. H’ Ioost de Nobelaer dit Godtshuys heeft doen bouwen. Gelyck vrouw Beatrix van Heussen eertijdts hadt. Syn soon heer Ian Louis belast bij codicille:
Die synde door de doodt van dat te doen belet. Voldeed syn Vader dus aen beyder goede wille. En gaf de grondt van ’t syn waer op het is geset.
MDCLXXXI Romane